Uitspraak
10 mei 2022, 21/2598 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV, maar trok dit beroep in nadat het UWV op 9 november 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar nam waarin het bezwaar van appellante werd gegrond verklaard. Hierdoor was aan het beroep en hoger beroep tegemoetgekomen.
Op verzoek van appellante veroordeelde de Centrale Raad van Beroep het UWV in de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep. De proceskosten werden begroot op €1.674,- voor het beroep en €837,- voor het hoger beroep.
Daarnaast werd het UWV verplicht het door appellante betaalde griffierecht van in totaal €908,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door E.J.J.M. Weyers en uitgesproken in het openbaar op 15 november 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.