ECLI:NL:CRVB:2023:2131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepsziekte tinnitus bij politieambtenaar afgewezen
Appellant, werkzaam bij de politie sinds 1991, meldde tinnitus als gehoorschade en verzocht erkenning als beroepsziekte. De korpschef weigerde dit op grond van een medisch onderzoek door een verzekeringsarts die concludeerde dat de tinnitus niet beroepsgerelateerd was en slechts graad 1 betrof met lichte klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de korpschef. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het rapport van de verzekeringsarts zorgvuldig en consistent was, en dat appellant dit niet met een andere medische expertise had weerlegd.
De Raad stelde vast dat de tinnitus niet in overwegende mate veroorzaakt werd door de aard van de werkzaamheden of bijzondere omstandigheden, en dat appellant zijn werkzaamheden volledig kon uitvoeren. De nieuwe richtlijnen voor beroepsziekten uit 2022 waren niet van toepassing. Het hoger beroep werd verworpen, het bestreden besluit bleef in stand en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De tinnitus van appellant wordt niet erkend als beroepsziekte en het beroep wordt ongegrond verklaard.