ECLI:NL:CRVB:2023:2056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante heeft zich ziek gemeld met psychische klachten terwijl zij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontving. Het UWV heeft op basis van een verzekeringsarts vastgesteld dat zij geschikt is voor haar laatste werk als verkoopster en heeft daarom de Ziektewetuitkering geweigerd.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. Appellante heeft geen nieuwe medische informatie ingebracht die haar ongeschiktheid voor het werk onderbouwt. Ook het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen vanwege het ontbreken van twijfel aan de medische beoordeling.
Appellante stelde dat ten onrechte geen Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) was opgesteld en dat er geen arbeidskundig onderzoek had plaatsgevonden, maar dit werd verworpen omdat het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten niet van toepassing is in deze situatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De beëindiging van de Ziektewetuitkering blijft daarmee in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor het eigen werk.