ECLI:NL:CRVB:2023:1927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging OV-schuld door niet tijdig stopzetten studentenreisproduct
Appellant heeft studiefinanciering ontvangen voor een opleiding in het hoger onderwijs en sinds 1 september 2014 geen recht meer op het studentenreisproduct. Ondanks een herinneringsbrief stopte appellant het studentenreisproduct niet, waardoor de minister een OV-schuld vaststelde van €97 per halve kalendermaand.
Appellant maakte bezwaar tegen deze schuld, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, maar later alsnog ontvankelijk werd geacht en ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep tegen het bezwaar ongegrond, waarbij werd overwogen dat appellant niet had aangetoond dat het niet tijdig stopzetten niet aan hem kon worden toegerekend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen werkende OV-kaart had en het studentenreisproduct niet online kon stopzetten vanwege gebrek aan apparatuur, en wees op zijn financiële situatie. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden binnen de eigen risicosfeer van appellant vallen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de OV-schuld en wijst het hoger beroep van appellant af.