Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:1894

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
22/1772 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens nieuwe feiten

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland en dit beroep later ingetrokken nadat het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een nieuw besluit nam waarin appellant werd ontheven van de arbeids- en sollicitatieplicht tot 15 september 2023. Hoewel het college volledig tegemoet is gekomen aan appellant, heeft het college verweer gevoerd tegen een proceskostenveroordeling omdat het nieuwe besluit gebaseerd was op nieuwe feiten en omstandigheden die zich tijdens de eerdere bezwaar- en beroepsprocedure nog niet voordeden.

De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat op grond van artikel 8:75a Awb een bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroep in de kosten kan worden veroordeeld indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen. Deze regeling is ook van toepassing op hoger beroep volgens artikel 8:108 Awb Pro.

De Raad concludeert echter dat het college het besluit van 21 november 2022 heeft genomen op basis van nieuwe feiten, namelijk een melding van toename van klachten en een daarop gebaseerd nieuw onderzoek naar de belastbaarheid van appellant. Omdat deze feiten zich tijdens de behandeling van het bezwaar en het beroep nog niet voordeden, bestaat geen aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten.

Daarom wijst de Centrale Raad van Beroep het verzoek om proceskostenveroordeling af en sluit de procedure zonder zitting af.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het college het nieuwe besluit baseerde op nieuwe feiten die tijdens bezwaar en beroep nog niet bestonden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 oktober 2023
22/1772 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
11 april 2022, 21/5059 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. el Ahmadi, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 15 juni 2023 heeft mr. El Ahmadi namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vast staat dat mr. El Ahmadi het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van het besluit van het college van 21 november 2022, waarbij appellant tot 15 september 2023 is ontheven van de arbeids- en sollicitatieplicht. Hiermee is volledig aan appellant tegemoetgekomen.
Het college heeft aangegeven niet akkoord te gaan met een veroordeling in de proceskosten, omdat een nieuw onderzoek is gedaan naar de belastbaarheid van appellant in verband met een melding van toename van klachten. Op basis van de resultaten van dat onderzoek heeft het college bij besluit van 21 november 2022 aan appellant een ontheffing verleend.
De Raad is van oordeel dat er geen aanleiding bestaat voor de gevraagde vergoeding van de proceskosten, omdat het college het nieuwe besluit heeft genomen op basis van nieuwe feiten en omstandigheden. [1] Tijdens de behandeling van het bezwaarschrift en het beroepschrift deden deze feiten en omstandigheden zich nog niet voor.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2023.
(getekend) C.E.M. Marsé
(getekend) A. Giesen

Voetnoten

1.Vergelijk CRvB 11 juni 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA2822.