ECLI:NL:CRVB:2023:1884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking verzoek voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling tegen Sociale Verzekeringsbank
Verzoeksters dienden een verzoek om voorlopige voorziening in tegen de Sociale Verzekeringsbank (Svb) met betrekking tot de toepassing van de koppelingswetgeving in de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Svb heeft bij brief van 23 juni 2017 aangegeven de koppelingswetgeving niet langer tegen verzoekster 1 toe te passen en haar als ingezetene te beschouwen voor de relevante kwartalen.
Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening door verzoeksters ingetrokken. Vervolgens heeft verzoeksters verzocht om een proceskostenveroordeling tegen de Svb. De Svb heeft zich geconformeerd aan dit verzoek.
De voorzieningenrechter heeft op grond van de Awb artikel 8:84, vijfde lid, en artikel 8:75a, eerste lid, besloten de Svb te veroordelen tot betaling van de proceskosten van € 837,-. Er is geen griffierecht toegekend vanwege betalingsonmacht van verzoeksters.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep, A.J. Schaap, op 10 oktober 2023.
Uitkomst: De Sociale Verzekeringsbank is veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 837,- na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.