ECLI:NL:CRVB:2023:1882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar heeft dit hoger beroep op 8 juni 2023 ingetrokken nadat het UWV op 7 maart 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar had genomen die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad heeft overwogen dat het UWV op verzoek van appellant kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep.
De proceskostenvergoeding is vastgesteld op € 2.517,16, inclusief griffierechten van € 185,-. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van deze kosten. Er is geen vergoeding toegekend voor de kosten van het bezwaar, omdat appellant dit bezwaar zelf heeft ingediend.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2023.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 2.517,16 aan proceskosten en vergoeding van € 185,- griffierecht aan appellant.