ECLI:NL:CRVB:2023:1880

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 oktober 2023
Publicatiedatum
11 oktober 2023
Zaaknummer
22/2635 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-uitkering

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland over de mate van arbeidsongeschiktheid per 26 januari 2021. Bij brief van 29 maart 2023 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken, verwijzend naar een besluit van het UWV van 23 maart 2023 waarbij een IVA-uitkering is toegekend per 28 september 2021.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het verzoek om proceskostenveroordeling alleen kan worden toegewezen indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener tegemoet is gekomen met betrekking tot het bestreden besluit. Omdat het besluit van 23 maart 2023 ziet op een andere datum dan het besluit waartegen het hoger beroep was gericht, is er geen tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a van de Awb.

Daarom wijst de Raad het verzoek om proceskostenveroordeling af. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten en de beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2023 door rechter F.M. Rijnbeek.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het besluit waarop appellant zich beroept niet ziet op het bestreden besluit.

Uitspraak

Datum uitspraak: 11 oktober 2023
22/2635 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 1 juli 2022, 21/2212 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H.B.Th. Koekkoek hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 29 maart 2023 heeft mr. Koekkoek namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep onder verwijzing naar een besluit van het Uwv van 23 maart 2023, waarbij aan appellant per 28 september 2021 een IVA-uitkering is toegekend, ingetrokken. De beslissing van 23 maart 2023 ziet op een andere datum dan het besluit waarop de aangevallen uitspraak betrekking heeft. In de aangevallen uitspraak gaat het om de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 26 januari 2021. Het Uwv is met de beslissing van 23 maart 2023 niet aan appellant tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb. De Raad is dan ook van oordeel dat het verzoek om proceskostenveroordeling dient te worden afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2023.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) J.M. Labage