ECLI:NL:CRVB:2023:1843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens psychische klachten, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank deze weigering bevestigd, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 24 november 2020 de belastbaarheid van appellant niet onderschatten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat er geen informatie bij zijn behandelaars was opgevraagd en dat het UWV zijn beperkingen had onderschat. Ook stelde hij dat het beginsel van equality of arms was geschonden en dat een onafhankelijke deskundige moest worden benoemd. De Raad oordeelt echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, appellant voldoende gelegenheid heeft gehad medische stukken in te dienen en dat de door hem overgelegde medische informatie niet relevant was voor de datum in geding.
De arbeidskundige beoordeling bevestigt dat de geselecteerde functies passend zijn en dat appellant deze kan vervullen. Gezien het ontbreken van twijfel aan de juistheid van de medische en arbeidskundige beoordelingen, wijst de Raad het hoger beroep af en bevestigt de rechtbankuitspraak. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WIA-uitkering krijgt omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.