ECLI:NL:CRVB:2023:1799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor schuldaflossing wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de aflossing van een schuld van €756,19 bij een B.V. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit verzoek af op grond van artikel 13 PW Pro, dat in beginsel geen bijstand voor schuldaflossing toestaat, tenzij zeer dringende redenen aanwezig zijn zoals genoemd in artikel 49 PW Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit tot afwijzing. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar financiële situatie en lopende betalingsregelingen het aannemelijk maken dat zij in ernstige financiële problemen zal komen, met risico op huurschuld en uithuisplaatsing.
De Raad oordeelt dat appellante niet heeft aangetoond dat er zeer dringende redenen zijn die een uitzondering op het verbod op schuldaflossingsbijstand rechtvaardigen. De mogelijke toekomstige beslaglegging door Infomedics is onvoldoende concreet en de rechtbank heeft dit terecht beoordeeld. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst erop dat appellante een herberekening van haar beslagvrije voet kan aanvragen indien zij onder het bestaansminimum dreigt te komen door schuldaflossingen.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de afwijzing van bijzondere bijstand blijft in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor schuldaflossing wordt bevestigd wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.