ECLI:NL:CRVB:2023:1744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 46,94% per 27 november 2020
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling door het UWV van haar arbeidsongeschiktheid op 46,94% per 27 november 2020, omdat zij meent meer medische beperkingen te hebben dan in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zijn opgenomen. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het UWV deze mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld en passende functies geselecteerd.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de FML juist waren vastgesteld. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd voldoende onderbouwd. Appellante stelde in hoger beroep dat haar klachten zoals migraine, fibromyalgie en psychische problemen onvoldoende waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV en de rechtbank de beperkingen adequaat en inzichtelijk hebben gemotiveerd, waarbij ook mentale kwetsbaarheid en fysieke beperkingen zijn meegenomen. Er is geen objectief bewijs dat aanvullende medische beperkingen aanwezig zijn die tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid zouden leiden. De functies die het UWV heeft geselecteerd zijn medisch geschikt bevonden.
Het hoger beroep wordt verworpen, de vaststelling van 46,94% arbeidsongeschiktheid blijft gehandhaafd. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 13 september 2023.
Uitkomst: De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 46,94% per 27 november 2020 wordt bevestigd.