ECLI:NL:CRVB:2023:1658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na langdurige ziekte, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft deze geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Zowel een verzekeringsarts als een arbeidsdeskundige hebben beperkingen vastgesteld, maar deze rechtvaardigen geen uitkering. De rechtbank Limburg heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij het medisch en arbeidskundig onderzoek als zorgvuldig en adequaat werd beoordeeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan door het Uwv aangenomen, met name op psychisch vlak en vanwege zijn opleidingsniveau. Hij verzocht om benoeming van een onafhankelijk deskundige. De Raad volgde dit niet, omdat de aanvullende medische informatie geen nieuwe gezichtspunten bood en de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend zijn.
De Raad concludeert dat het Uwv terecht geen WIA-uitkering heeft toegekend, bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 augustus 2023.
Uitkomst: De weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.