ECLI:NL:CRVB:2023:1636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na beoordeling arbeidsongeschiktheid met psychische klachten
Appellante, laatstelijk werkzaam als bouwkundig tekenaar, meldde zich ziek met psychische klachten na een auto-ongeval. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast en kende ziekengeld toe. Na een eerstejaars beoordeling verklaarde een verzekeringsarts haar per 18 januari 2021 arbeidsgeschikt, waarna het UWV het ziekengeld beëindigde. Appellante maakte bezwaar en het UWV stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op, waarin rekening werd gehouden met haar beperkingen. Het UWV besloot dat zij vanaf 8 mei 2021 meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld opnieuw.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de beperkingen adequaat waren meegenomen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er meer beperkingen waren, met name een urenbeperking, en overwoog nieuwe medische rapporten. De Raad beoordeelde de medische stukken, concludeerde dat de verzekeringsarts voldoende rekening had gehouden met de beperkingen en dat er geen reden was voor een urenbeperking.
De Raad wees het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af wegens gebrek aan twijfel aan de medische beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.