ECLI:NL:CRVB:2023:1622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens hogere inkomsten uit arbeidsongeschiktheidsuitkering en partneralimentatie
Appellante ontving sinds september 2017 bijstand als alleenstaande en daarnaast een WIA-uitkering met toeslag en partneralimentatie. Vanaf januari 2020 waren haar inkomsten hoger dan de toepasselijke bijstandsnorm, waarop het college besloot de bijstand met ingang van die datum in te trekken.
Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking en voerde aan dat de partneralimentatie niet structureel werd betaald en dat zij regelmatig een inkomen onder bijstandsniveau had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet de intrekking in stand.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat appellante zelf de inkomensgegevens aanleverde waarop het college de intrekking baseerde en dat het college pas introk nadat duidelijk was dat de alimentatie via het LBIO maandelijks werd betaald.
De Raad oordeelt dat het gevoel van appellante niet overeenkomt met de feiten en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken. Het hoger beroep wordt verworpen, de intrekking blijft gehandhaafd en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 januari 2020 wordt bevestigd omdat de inkomsten hoger waren dan de bijstandsnorm.