ECLI:NL:CRVB:2023:1592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging ZW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft zich ziek gemeld met lichamelijke en psychische klachten en een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV heeft na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en heeft de WIA-uitkering geweigerd en de ZW-uitkering beëindigd.
De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd, waarbij is overwogen dat de verzekeringsartsen de klachten en beperkingen van appellante uitvoerig hebben onderzocht en vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij meer beperkingen heeft dan in de FML zijn opgenomen.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de FML onjuist is en dat de geselecteerde functies niet passend zijn, maar zij heeft dit niet met medische stukken onderbouwd. De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank en het UWV in hun standpunt dat de weigering van de WIA-uitkering en beëindiging van de ZW-uitkering terecht zijn. Het hoger beroep wordt verworpen en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van de ZW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.