ECLI:NL:CRVB:2023:159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen opschorting AIO-aanvulling bevestigd
Appellant ontving sinds februari 2019 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) naast zijn AOW-pensioen. Na een hercontrole stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) vast dat appellant een spaarrekening had en verzocht hij herhaaldelijk om bankafschriften, die appellant niet binnen de gestelde termijnen verstrekte.
Hierop schortte de Svb de AIO-aanvulling op vanaf oktober 2020. Appellant maakte bezwaar en overhandigde deels bankafschriften met de toelichting dat het spaargeld voor zijn zoon was, maar leverde niet alle gevraagde stukken aan. De Svb verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de opschorting.
Vervolgens trok de Svb bij besluiten van 2 december 2020 de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in en vorderde het te veel ontvangen bedrag terug. Appellant maakte tegen deze intrekkingsbesluiten geen bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de opschortingsbesluiten niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang meer had, nu de intrekking van de AIO-aanvulling onherroepelijk vaststond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, waarbij het beroep tegen het opschortingsbesluit niet als bezwaar tegen de intrekkingsbesluiten kan worden aangemerkt.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het besluit tot opschorting van de AIO-aanvulling wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.