ECLI:NL:CRVB:2023:1550

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 augustus 2023
Publicatiedatum
10 augustus 2023
Zaaknummer
21/1625 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:26, tweede lid, AwbParticipatiewet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden appellante zonder opvolging

Appellante ontving een aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO-aanvulling) van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) sinds 1 januari 2016. De Svb blokkeerde deze AIO-aanvulling per 1 juni 2020 en trok deze later in, besluiten die door appellante werden aangevochten bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond en het beroep tegen het tweede besluit gegrond, waarbij het tweede besluit werd vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand bleven.

Appellante stelde hoger beroep in tegen beide uitspraken. Tijdens de procedure werd gemeld dat appellante was overleden en dat er geen verklaring van erfrecht of gemachtigde was die het hoger beroep namens erfgenamen voortzette. De Raad deed een oproep aan eventuele erfgenamen om zich te melden, maar niemand reageerde.

Gezien het ontbreken van een partij die het hoger beroep voortzet, concludeerde de Raad dat het procesbelang is komen te vervallen. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door P.W. van Straalen, in aanwezigheid van griffier M. Zwart, op 8 augustus 2023.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het overlijden van appellante zonder opvolging door erfgenamen.

Uitspraak

21 664 PW, 22/1625 PW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 februari 2021, 20/4952 (aangevallen uitspraak 1) en van 4 mei 2022, 21/3771 (aangevallen uitspraak 2)
Partijen:
wijlen [appellante], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 8 augustus 2023

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R. Küҫükünal, advocaat, hoger beroepen ingesteld.
De Svb heeft verweerschriften ingediend.
Partijen hebben vragen van de Raad beantwoord. De Svb heeft nadere stukken ingediend.
Mr. Küҫükünal heeft op 8 maart 2023 per e-mailbericht laten weten dat appellante is overleden. Hij heeft daarbij ook medegedeeld dat er geen verklaring van erfrecht is, dat een verklaring dat hij gemachtigd is de procedure namens de erfgenamen voort te zetten ontbreekt en dat er zijns inziens niet langer een procesbelang is.
Gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, heeft de Raad in de Staatscourant van 20 juni 2023 een oproep gedaan aan eventuele erven en/of belanghebbende(n) om zich te melden en te kennen te geven of zij de procedures wensen voort te zetten.
Niemand heeft zich gemeld.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellante ontving van de Svb in aanvulling op haar onvolledige ouderdomspensioen sinds 1 januari 2016 bijstand op grond van de Participatiewet, in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO-aanvulling).
1.2.
Bij besluit van 24 juni 2020, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 10 september 2020 (bestreden besluit 1), heeft de Svb de AIO-aanvulling van appellante geblokkeerd met ingang van 1 juni 2020.
1.3.
Bij besluit van 3 maart 2021, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 25 juni 2021 (bestreden besluit 2), heeft de Svb de AIO-aanvulling van appellante met ingang van 1 juni 2020 ingetrokken.
2. Bij aangevallen uitspraak 1 heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen bestreden besluit 1 ongegrond verklaard. Bij aangevallen uitspraak 2 heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen bestreden besluit 2 gegrond verklaard, bestreden besluit 2 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van bestreden besluit 2 in stand blijven.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraken 1 en 2 gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De indiener van het hoger beroep, appellante, is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellante als partij in de onderhavige gedingen zijn opgevolgd en deze gedingen zouden willen voortzetten. Dit brengt mee dat het processuele belang aan de beoordeling van de hoger beroepen is komen te ontvallen. De hoger beroepen zullen om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart de hoger beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2023.
(getekend) P.W. van Straalen
(getekend) M. Zwart
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.