Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
30 november 2019. Gelet op de bevindingen van het onderzoek heeft het college terecht geconcludeerd dat in deze periode sprake is van op geld waardeerbare werkzaamheden. Daarvoor is het volgende van belang.
Conclusie en gevolgen
(2 punten) in beroep en € 1.674,- (2 punten) in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 3.348,-. Ook krijgen appellanten het door hen in beroep (€ 49,-) en in hoger beroep (€ 136,-) betaalde griffierecht, in totaal € 185,- terug.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 15 februari 2021, voor zover het betrekking heeft op de intrekking van bijstand over de periode van 1 december 2019 tot en met 28 maart 2020 en de terugvordering;
- draagt het college op om met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen voor zover het de intrekking van bijstand over de periode van 1 december 2019 tot en met 28 maart 2020 en de terugvordering betreft en bepaalt dat tegen dat besluit slechts beroep bij de Raad kan worden ingesteld;
- veroordeelt het college in de kosten van appellanten tot een bedrag van € 3.348,-;
- bepaalt dat het college aan appellanten het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 185,- vergoedt.