Uitspraak
31 januari 2022. Deze zaak is geregistreerd onder nummer 22/3723 PW ( 21/2984).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft beroep ingesteld tegen meerdere besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, waaronder afwijzing van bijzondere bijstand en ontheffing van arbeidsverplichtingen. De rechtbank Rotterdam heeft deze beroepen op 15 maart 2022 afgewezen, waarbij zij gebruik maakte van de bevoegdheid tot vereenvoudigde behandeling. Appellante stelde dat dit haar recht op effectieve rechtsbescherming beperkte.
De Centrale Raad van Beroep heeft beoordeeld of het wettelijk appèlverbod, zoals neergelegd in artikel 8:104 Awb Pro, doorbroken kon worden vanwege een vermeende schending van fundamentele rechtsbeginselen. De Raad concludeert dat geen sprake is van een evidente schending van eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, en dat het proces eerlijk en onafhankelijk is verlopen.
De Raad benadrukt dat appellante haar standpunten schriftelijk uitgebreid heeft kunnen uiteenzetten en gelegenheid heeft gehad tot mondelinge behandeling, hoewel zij niet is verschenen. Het feit dat zij het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank vormt geen reden om het appèlverbod te doorbreken.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd om het hoger beroep te behandelen en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd wegens appèlverbod en wijst het verzoek om schadevergoeding af.