ECLI:NL:CRVB:2023:1485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens huwelijk en geen duurzaam gescheiden leven
Appellant is op 24 augustus 2020 gehuwd en heeft dit niet gemeld aan de Sociale verzekeringsbank (Svb), waardoor zijn AOW-pensioen onjuist werd vastgesteld. De Svb heeft het pensioen met ingang van september 2020 herzien naar een gehuwd pensioen en een bedrag van €1.030,26 teruggevorderd over januari tot en met maart 2021.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat geen sprake was van duurzaam gescheiden leven, mede omdat appellant en zijn echtgenote vanaf 14 december 2020 samenwoonden en de intentie hadden om een echtelijke samenleving aan te gaan. Appellant voerde aan dat hij vanwege zijn geloof moest trouwen en dat de herziening onevenredige gevolgen heeft, maar dit werd verworpen.
De Raad bevestigt dat appellant zijn inlichtingenverplichting niet is nagekomen en onderschrijft het oordeel dat de herziening terecht is. De Raad volgt de rechtbank in de uitleg dat duurzaam gescheiden leven niet aannemelijk is gemaakt en dat geen dringende redenen bestaan om van herziening of terugvordering af te zien.
De herziening en terugvordering blijven derhalve in stand. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen naar gehuwd pensioen en de terugvordering blijven in stand omdat geen duurzaam gescheiden leven is vastgesteld.