ECLI:NL:CRVB:2023:1463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en proceskostenveroordeling in WAZ-uitkeringszaak
Appellante ontvangt sinds 2003 een WAZ-uitkering en heeft in 2019 toegenomen klachten gemeld. Na meerdere verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken heeft het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld en aangepast in verschillende besluiten. Appellante betwistte deze besluiten en stelde dat haar beperkingen zijn onderschat, met name vanwege haar psychische stoornissen en lichamelijke klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig waren en dat de geselecteerde functies binnen de beperkingen van appellante vielen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen onvoldoende waren erkend en verzocht om inschakeling van een deskundige en proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestreden besluit van 12 maart 2021 vernietigd moet worden vanwege een procedurele tekortkoming, maar bevestigt de medische en arbeidskundige beoordelingen als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht, en verklaart het hoger beroep tegen het latere besluit van 2 december 2021 ongegrond.
Uitkomst: Het besluit van 12 maart 2021 wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht; het hoger beroep tegen het besluit van 2 december 2021 wordt ongegrond verklaard.