ECLI:NL:CRVB:2023:1314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij ontbreken commerciële huurrelatie
Appellant diende op 16 november 2020 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij aangaf bankslaper te zijn en bij familie te verblijven op een adres waar ook een medebewoner, Y, stond ingeschreven. Het college kende bijstand toe met toepassing van de kostendelersnorm. Appellant maakte bezwaar tegen de toepassing van deze norm, stellende dat er sprake was van een commerciële huurrelatie met Y.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij huur betaalde aan Y, mede omdat de overgelegde verklaringen en contante betalingen niet werden ondersteund door kwitanties of andere bewijsstukken.
Het hoger beroep slaagde niet en de toepassing van de kostendelersnorm bleef gehandhaafd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm omdat geen commerciële huurrelatie is aangetoond.