Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:1314

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 juli 2023
Publicatiedatum
11 juli 2023
Zaaknummer
21 / 3935 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij ontbreken commerciële huurrelatie

Appellant diende op 16 november 2020 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij aangaf bankslaper te zijn en bij familie te verblijven op een adres waar ook een medebewoner, Y, stond ingeschreven. Het college kende bijstand toe met toepassing van de kostendelersnorm. Appellant maakte bezwaar tegen de toepassing van deze norm, stellende dat er sprake was van een commerciële huurrelatie met Y.

De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij huur betaalde aan Y, mede omdat de overgelegde verklaringen en contante betalingen niet werden ondersteund door kwitanties of andere bewijsstukken.

Het hoger beroep slaagde niet en de toepassing van de kostendelersnorm bleef gehandhaafd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm omdat geen commerciële huurrelatie is aangetoond.

Uitspraak

21.3935 PW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 oktober 2021, 21/2826 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 3 juli 2023
Zitting heeft: J. J. Janssen, als lid van de enkelvoudige kamer.
Griffier: L.G. Cornelissen.
Namens appellant is verschenen mr. J.L. Wittensleger. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.F. Jim.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellant heeft op 16 november 2020 een aanvraag om bijstand ingediend. Daarbij heeft hij vermeld dat hij bankslaper is en bij familie verblijft op adres X. Op adres X staat ook Y ingeschreven.
Het college heeft bij besluit van 4 december 2020 aan appellant bijstand toegekend per
16 november 2020, met toepassing van de kostendelersnorm. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, in het bijzonder wat betreft het toepassen van de kostendelersnorm, maar het college is hier bij besluit van 14 april 2021 (bestreden besluit) bij gebleven.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit bij uitspraak van
1 oktober 2021 ongegrond verklaard.
Appellant voert aan dat tussen hem en Y sprake is van een commerciële huurrelatie, zodat het college ten onrechte de kostendelersnorm heeft toegepast.
Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een commerciële huurrelatie tussen appellant en Y, alleen al omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij huur betaalt aan Y. De schriftelijke, mede door Y ondertekende, verklaringen die appellant in dit verband heeft overgelegd, zijn onvoldoende om aannemelijk te achten dat appellant huur betaalt. De gestelde contante huurbetalingen vinden verder geen steun in de stukken, bijvoorbeeld in kwitanties.
Wat verder is aangevoerd behoeft geen bespreking.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L.G. Cornelissen (getekend) J.J. Janssen