Uitspraak
20 3886 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BEOORDELING
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek tot veroordeling van het dagelijks bestuur tot het vergoeden van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en werden onderzocht vanwege vermoedens van handel in Contracts for Difference (CFD’s) via verschillende online trading platforms. Tijdens het heronderzoek bleek dat appellanten geen volledige informatie verstrekten over hun accounts en transacties, wat leidde tot de intrekking van hun bijstandsuitkering over de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 augustus 2018.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij in hoger beroep gingen. Appellanten stelden dat zij pas over vermogen beschikten op het moment dat een CFD werd beëindigd en uitbetaald, en dat zij vanwege schulden niet boven het vrij te laten vermogen beschikten. Ook voerden zij aan dat een beleggingsrekening was opgeheven.
De Raad oordeelde dat het beschikken over middelen ook de mogelijkheid omvat om de waarde van een CFD op elk moment aan te wenden, omdat appellanten zelf het moment van beëindiging konden bepalen. Omdat appellanten geen inzicht gaven in hun accounts en transacties, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens onvoldoende inzicht in handel en vermogen.