ECLI:NL:CRVB:2023:1294

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 juni 2023
Publicatiedatum
6 juli 2023
Zaaknummer
22 / 1387 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.8.1 Beleidsregels gemeentelijke werk- en inkomensvoorziening Zaanstad 2019Art. 3.2.1 Beleidsregels gemeentelijke werk- en inkomensvoorziening Zaanstad 2019Art. 16 Participatiewet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering bijzondere bijstand voor kosten woninginrichting bevestigd

Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van woninginrichting bij het verkrijgen van zelfstandige woonruimte. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad wees deze aanvraag af, stellende dat het geen uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan betreft, maar incidentele algemene kosten waarvoor appellant had kunnen reserveren of gespreid betalen.

De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Zij oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat zijn inkomen grotendeels beneden bijstandsniveau lag en dat zijn situatie niet vergelijkbaar was met de in de beleidsregels genoemde doelgroep van asielzoekers zonder goederen. Ook was er geen sprake van dringende redenen in de zin van artikel 16 van Pro de Participatiewet.

In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. Er waren geen dringende omstandigheden die maatwerk vereisten volgens artikel 3.8.1 van het Beleid. Het verzoek om vergoeding van schade werd eveneens afgewezen. De afwijzing van de bijzondere bijstand blijft daarmee in stand.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd.

Uitspraak

22.1387 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 25 maart 2022, 21/2082 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad (college)
Datum uitspraak: 26 juni 2023
Zitting heeft: A.M. Overbeeke
Griffier: F.C. Meershoek
Voor appellant is verschenen mr. B.C.F. Kramer, advocaat. Namens het college is verschenen J. van der Wal.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • bevestigt de aangevallen uitspraak;
  • wijst het verzoek om vergoeding van schade af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellant heeft in verband met het verkrijgen van zelfstandige woonruimte bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van woninginrichting. Het college heeft deze aanvraag met een besluit van 22 juni 2020, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 23 maart 2021 (bestreden besluit), afgewezen. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat het hier geen uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan betreft. Het gaat om incidenteel voorkomende algemene kosten van het bestaan, waarvoor appellant had kunnen reserveren of die hij achteraf gespreid had kunnen betalen. Er is geen sprake van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet (PW) op grond waarvan het college aan appellant bijzondere bijstand had hoeven toekennen.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank in de eerste plaats overwogen dat het betoog van appellant dat sprake is van bijzondere omstandigheden omdat hij nooit voldoende middelen heeft gehad om te reserveren, niet slaagt. Appellant heeft niet met stukken onderbouwd dat zijn inkomen grotendeels beneden bijstandsniveau heeft gelegen. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het beroep van appellant op artikel 3.2.1 van de Beleidsregels gemeentelijke werk- en inkomensvoorziening Zaanstad 2019 (Beleid) evenmin slaagt, omdat zijn situatie niet vergelijkbaar is met de specifiek in dat artikel omschreven doelgroep van asielzoekers die uit een opvangcentrum komt en geen goederen heeft. Onbetwist is dat appellant sinds 1989 een verblijfsvergunning heeft, van 1989 tot 1992 heeft samengewoond en sinds 1992 op kamers woont. Dat appellant nooit zelfstandige woonruimte heeft gehad, maakt niet dat hij niet vooraf heeft kunnen reserveren voor de betreffende kosten of dat hij niet in staat was de kosten uit het aanwezige inkomen te voldoen. De rechtbank is ten slotte niet gebleken van dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de PW. Het standpunt van appellant dat iemand niet mag worden uitgesloten van een minimale levensstandaard en dat er in die situatie geen andere oplossing voorhanden is dan het verstrekken van bijstand voor de gevraagde kosten, maakt niet dat sprake is van een acute noodsituatie. Hetzelfde geldt voor de niet door appellant onderbouwde stelling dat hij geen gebruik kan maken van de Kredietbank.
De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en voegt daar nog aan toe dat van dringende omstandigheden in de zin van artikel 3.8.1, eerste lid, van het Beleid die nopen tot maatwerk, geen sprake is omdat appellant niet aan de voorwaarden voldoet.
Het hoger beroep slaagt dus niet. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand in stand blijft. Er is dan ook geen aanleiding het college te veroordelen tot vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) F.C. Meershoek (getekend) A.M. Overbeeke