Uitspraak
22.1387 PW-PV
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van woninginrichting bij het verkrijgen van zelfstandige woonruimte. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad wees deze aanvraag af, stellende dat het geen uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan betreft, maar incidentele algemene kosten waarvoor appellant had kunnen reserveren of gespreid betalen.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Zij oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat zijn inkomen grotendeels beneden bijstandsniveau lag en dat zijn situatie niet vergelijkbaar was met de in de beleidsregels genoemde doelgroep van asielzoekers zonder goederen. Ook was er geen sprake van dringende redenen in de zin van artikel 16 van Pro de Participatiewet.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. Er waren geen dringende omstandigheden die maatwerk vereisten volgens artikel 3.8.1 van het Beleid. Het verzoek om vergoeding van schade werd eveneens afgewezen. De afwijzing van de bijzondere bijstand blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd.