ECLI:NL:CRVB:2023:1291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar kinderbijslag wegens te late indiening
Appellante vroeg kinderbijslag aan voor drie kinderen over de periode 2000-2002, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat zij niet in Nederland woonde of werkte. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd door de Svb niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij recht had op kinderbijslag omdat haar overleden partner in Nederland verzekerd was en zij de zorg droeg voor de kinderen. De Raad beoordeelde echter dat het bezwaarschrift pas op 5 januari 2021 werd ontvangen, terwijl de termijn op 10 december 2020 eindigde. Er was geen bewijs dat het bezwaar vóór het einde van de termijn ter post was bezorgd, ondanks een poststempel van 23 december 2020.
Verder bracht appellante geen redenen aan die een verschoonbare termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. De Raad concludeerde dat appellante in verzuim was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Hierdoor blijft de afwijzing van de kinderbijslagaanvraag ongewijzigd en krijgt appellante geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de kinderbijslag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening zonder verschoonbare redenen.