ECLI:NL:CRVB:2023:1280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na deskundigenonderzoek en aangepaste FML
Appellante, voormalig medewerker thuiszorg, meldde zich ziek met klachten aan arm en schouder, gevolgd door psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een eerstejaars Ziektewet-beoordeling vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld per 24 december 2018.
Na bezwaar en beroep werden rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen opgesteld, waarbij de rechtbank het UWV-besluit bevestigde. In hoger beroep betoogde appellante dat een onafhankelijke derde verzekeringsarts uitsluitsel moest geven vanwege tegenstrijdige medische beoordelingen.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die een aanvullend onderzoek verrichtte en een aangepast belastbaarheidsprofiel vaststelde in een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad achtte het deskundigenrapport zorgvuldig en consistent en volgde het oordeel dat appellante geschikt was voor bepaalde functies met een verdiencapaciteit boven de 65%.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV en oordeelde dat het gebrek aan motivering in het bestreden besluit werd gepasseerd omdat appellante niet benadeeld was. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld.