ECLI:NL:CRVB:2023:1273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage bij WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig taxichauffeur, heeft sinds 2012 klachten van vergeetachtigheid en verwardheid en ontving sinds 2018 ziekte- en WIA-uitkeringen. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheid van 61,75% vast en wees bezwaren af.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de medische gegevens op deugdelijke wijze waren betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde waarom het cognitief onderzoek geen aanleiding gaf tot een andere beoordeling.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen groter zijn dan vastgesteld, mede op basis van een cognitief onderzoek dat volgens hem niet betrouwbaar werd geacht. De Raad oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig en goed gemotiveerd zijn, dat de beperkingen niet zijn onderschat en dat er geen objectivering is van de door appellant gestelde extra beperkingen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van 61,75% arbeidsongeschiktheid door het UWV bevestigd.