ECLI:NL:CRVB:2023:121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-tijdige indiening beroepschrift
Appellante heeft op 29 januari 2020 kinderbijslag aangevraagd, welke door de Sociale verzekeringsbank (Svb) op 21 oktober 2020 werd afgewezen. Het bezwaar van appellante tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard op 23 november 2020. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn was ingediend.
Appellante stuurde het beroepschrift op 6 januari 2021 per aangetekende post, terwijl de beroepstermijn op 4 januari 2021 afliep. Zij voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege quarantaine door coronamaatregelen en taalproblemen, maar de rechtbank en de Raad oordeelden dat dit onvoldoende was onderbouwd. Appellante had ook rechtsbijstand kunnen inschakelen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en overweegt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij gedurende de gehele beroepstermijn niet in staat was om het beroepschrift tijdig in te dienen, ook niet met hulp van derden. Slechte beheersing van de Nederlandse taal vormt geen geldige reden voor het niet tijdig indienen. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift en niet-verschoonbare termijnoverschrijding.