ECLI:NL:CRVB:2023:1160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verrekening bijstandsuitkering met ontvangen vergoeding na dienstverband
Appellant ontvangt sinds maart 2020 bijstand op grond van de Participatiewet. In november 2020 ontving hij een vergoeding vanwege de beëindiging van een dienstverband. Het college verrekende een bedrag van €1.059,03 met zijn bijstand over februari en maart 2021. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
Appellant maakte bezwaar tegen het in stand laten van de verrekening en voerde aan dat het college een meer coulante betalingsregeling had moeten aanbieden vanwege financiële problemen. De Raad beoordeelde het hoger beroep en concludeerde dat appellant zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot verrekening volgens artikel 58, vierde lid, van de Participatiewet.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover het de rechtsgevolgen betreft, wees het hoger beroep af en bepaalde dat appellant geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verrekening van de bijstand met de ontvangen vergoeding en wijst het hoger beroep af.