ECLI:NL:CRVB:2023:1147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering nabestaandenuitkering zelfstandige
Appellante, een zelfstandige natuurgeneeskundige, vroeg een ANW-uitkering aan na het overlijden van haar partner. De SVB kende haar aanvankelijk een maximale uitkering toe omdat zij geen inkomsten had opgegeven. Na ontvangst van haar fiscale aangifte bleek zij echter een winst van €20.767 te hebben behaald, waarop de SVB het recht op uitkering herzag en een bedrag van €3.924,54 terugvorderde.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat de subsidies die zij ontving voor een project over meerdere jaren waren bedoeld en niet volledig aan 2019 toegerekend mochten worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de SVB terecht van de fiscale aangifte was uitgegaan en de winst evenredig over het jaar had toegerekend, zonder kennelijk onredelijk resultaat.
In hoger beroep bevestigt de Raad deze beoordeling. De Raad stelt vast dat de fiscale aangifte correct is en dat het Algemeen Inkomensbesluit socialezekerheidswetten voorschrijft dat inkomen per kalendermaand moet worden vastgesteld en evenredig toegerekend, tenzij dit leidt tot een kennelijk onredelijk resultaat, wat hier niet het geval is.
De Raad erkent de moeilijke omstandigheden van appellante, maar ziet geen grond om af te wijken van de wettelijke regels en de eerdere uitspraak. Het hoger beroep wordt verworpen, de herziening en terugvordering blijven in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de ANW-uitkering en de terugvordering van €3.924,54.