ECLI:NL:CRVB:2023:112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- L.M. Tobé
- A.T. Marseille
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag militair wegens gebruik softdrugs met andere militairen
Appellant, militair bij de krijgsmacht, werd op 5 maart 2021 gecontroleerd en betrapt op het gebruik van softdrugs samen met vier andere militairen. Naar aanleiding hiervan werd hij geschorst en later ontslagen wegens wangedrag op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR).
Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat de controle onrechtmatig was en dat de bewijsvoering onbetrouwbaar was. De Raad oordeelde echter dat het bewijs, waaronder de mutatie van de politie en de eigen verklaring van appellant, voldoende was om het wangedrag vast te stellen. Tevens werd geoordeeld dat appellant voldoende op de hoogte was van het strenge drugsbeleid binnen Defensie.
De Raad stelde vast dat het ontslag niet onevenredig was gezien de aard en ernst van het wangedrag en dat het beleid van de staatssecretaris niet kennelijk onredelijk is. Ook de opgelegde terugbetalingsverplichting voor opleidingskosten werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens wangedrag bevestigd.