ECLI:NL:CRVB:2023:1050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bijzondere bijstand griffierecht
Appellant diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor de kosten van griffierecht van €274,-. Het college wees deze aanvraag af en verklaarde het daaropvolgende bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant niet de gronden van het bezwaar had ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond, waarbij werd overwogen dat de door appellant overgelegde stukken geen concrete bezwaargronden bevatten en niet voldeden aan de wettelijke vereisten. Appellant kreeg de gelegenheid dit te herstellen, maar slaagde hier niet in.
In hoger beroep stelde appellant dat er sprake was van maffia- en terrorismepraktijken tegen hem en dat de rechter strafrechtelijk onderzoek moest doen, maar deze beroepsgrond werd door de Raad verworpen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard.
Als gevolg hiervan blijft de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand in stand en krijgt appellant geen vergoeding van proceskosten of terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard en de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand blijft in stand.