ECLI:NL:CRVB:2023:1049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor kosten dagvaarden college en UWV
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van het dagvaarden van het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het college wees deze aanvraag af omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat de kosten noodzakelijk waren. Appellant maakte bezwaar, dat eveneens werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit.
In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat sprake was van ernstige misstanden zoals valsheid in geschrifte, georganiseerde bestuurlijke misdaad, staatsterreur, corruptie en pogingen tot moord door diverse personen en overheidsinstanties. De rechtbank oordeelde dat deze beweringen onvoldoende gericht waren tegen het bestreden besluit en dat de aangeleverde stukken geen grond boden voor toewijzing van bijzondere bijstand.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten noodzakelijk zijn. Het hoger beroep werd verworpen, de afwijzing van bijzondere bijstand bleef in stand en appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten dagvaarden wordt bevestigd.