ECLI:NL:CRVB:2022:984
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald, er geen gronden waren ingediend en geen machtiging was overgelegd.
Namens appellant werd verzet ingediend door een gemachtigde, die stelde dat het griffierecht mogelijk verkeerd was overgemaakt. Dit verzet werd behandeld zonder dat appellant of zijn gemachtigde verschenen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de stelling van de gemachtigde niet met bewijsstukken was onderbouwd en dat ook geen gronden of machtiging waren ingediend. Daarom werd het hoger beroep opnieuw niet-ontvankelijk verklaard en het verzet ongegrond verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier R. van der Heide, op 21 april 2022.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.