ECLI:NL:CRVB:2022:971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige beëindiging Ziektewet-uitkering door UWV vernietigd
Appellant, werkzaam als autopoetser, meldde zich op 2 november 2017 ziek en ontving een Ziektewet-uitkering van het UWV. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek in 2018 besloot het UWV de uitkering per 2 december 2018 te beëindigen, omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen zou kunnen verdienen. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, met onderschatting van zijn lichamelijke en psychische klachten. Hij bracht aanvullende medische verklaringen in en verzocht om benoeming van een onafhankelijk deskundige. De Raad oordeelde dat tijdens het spreekuur onvoldoende aandacht was besteed aan de lichamelijke klachten en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen spreekuurcontact had gehad, wat de zorgvuldigheid ondermijnt.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de zorgvuldigheidsnormen en de motiveringsplicht uit de Awb. Het UWV werd opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij alleen beroep bij de Raad mogelijk is. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd wegens onzorgvuldig medisch onderzoek en onvoldoende motivering.