ECLI:NL:CRVB:2022:938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhoging WAO-uitkering op basis van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45 procent
X was werkzaam als slager en ontving sinds 2004 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na diverse wijzigingen in zijn arbeidsongeschiktheidspercentage en ziekteperiodes, heeft het UWV de WAO-uitkering per 18 september 2018 verhoogd op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45 procent. Deze beslissing werd ondersteund door een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en een medische beoordeling door verzekeringsartsen.
De rechtbank verklaarde het beroep van X tegen deze verhoging ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen en belastbaarheid van X juist waren vastgesteld. De erven van X gingen in hoger beroep en voerden aan dat vanwege cardiale klachten sprake was van geen benutbare mogelijkheden tot arbeid en dat er ten onrechte geen urenbeperking was aangenomen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de verzekeringsartsen alle medische informatie, waaronder brieven van de cardioloog, hadden meegewogen. Er was geen sprake van een terminale aandoening of ernstige energetische beperkingen die een urenbeperking rechtvaardigen. De geselecteerde functies waren medisch geschikt voor X.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de verhoging van de WAO-uitkering op basis van 35 tot 45 procent arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.