ECLI:NL:CRVB:2022:890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldige beoordeling belastbaarheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling stelde het UWV dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het recht op ziekengeld. Na bezwaar werd dit besluit aangepast en het recht op ziekengeld beëindigd per 23 juni 2020.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de belastbaarheid juist was ingeschat. De verzekeringsarts had rekening gehouden met zowel lichamelijke als psychische klachten, en de arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd die binnen de belastbaarheid vielen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen, waaronder fibromyalgie en concentratieproblemen, en verzocht zij om benoeming van een onafhankelijk deskundige. De Raad oordeelde dat de gronden in hoger beroep een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat het medisch onderzoek zorgvuldig en navolgbaar was. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de verzekeringsartsen en de arbeidsdeskundige.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht het recht op ziekengeld had beëindigd en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van het recht op ziekengeld per 23 juni 2020 wordt bevestigd.