ECLI:NL:CRVB:2022:869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning betaald langdurend zorgverlof aan militair met chronisch zorgbehoevende zoon
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, verzocht om betaald langdurend zorgverlof voor de zorg van zijn meervoudig verstandelijk beperkte zoon over de periodes 29 januari 2018 tot en met 14 december 2018 en het gehele jaar 2019. De brigadecommandant wees deze verzoeken af, omdat volgens artikel 87c van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) het verlof alleen geldt voor tijdelijke ernstige hulpbehoevendheid.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep betoogde appellant dat de chronische aard van de beperking en eerdere toekenningen recht gaven op betaald verlof. De Raad oordeelde dat chronische hulpbehoevendheid niet onder de regeling valt en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, mede omdat eerdere toekenningen berustten op een fout.
De Raad bevestigde de uitleg van artikel 87c AMAR zoals gegeven door de brigadecommandant en concludeerde dat geen sprake was van tijdelijke extra hulpbehoevendheid in de betwiste periodes. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd, geen recht op betaald langdurend zorgverlof voor de betwiste periodes.