Uitspraak
21.60 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 2017 bijstand en is meerdere malen niet verschenen bij door het college aangeboden re-integratietrajecten. Het college legde hem hiervoor meerdere malen een maatregel op, waarbij de bijstand werd verlaagd met 100% voor een bepaalde periode. Na bezwaar handhaafde het college de maatregel met een aangepaste motivering, waarbij werd uitgegaan van recidive.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het college hem overvraagd had en dat eerdere maatregelen niet bij de recidive mochten worden betrokken. De Raad oordeelde dat het college na volledige heroverweging het besluit mocht handhaven met wijziging van de motivering en dat de gedragingen waarop de maatregel is gebaseerd terecht zijn meegenomen.
Verder stelde de Raad vast dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij door het college is overvraagd of dat hij wegens ziekte niet kon deelnemen. Ook is het college terecht uitgegaan van recidive, ondanks dat appellant meende een schone lei te hebben gekregen. De maatregel is proportioneel en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De maatregel verlaging bijstand met 100% voor drie maanden wegens recidive wordt bevestigd.