ECLI:NL:CRVB:2022:838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van geschiktheid voor werk als algemeen medewerker tandartspraktijk
Appellante was werkzaam als algemeen medewerker bij een tandartspraktijk en meldde zich ziek met buikpijnklachten en later met klachten na een val van de fiets. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek vast dat zij per 29 oktober 2018 geschikt was voor haar werk en beëindigde haar ziekengelduitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en er geen aanwijzingen waren voor een psychiatrisch ziektebeeld of ernstige persoonlijkheidsstoornis. Appellante bracht in hoger beroep nieuwe informatie in over haar psychische klachten, maar de Raad volgde het oordeel van de verzekeringsarts dat deze informatie niet afdoet aan de eerdere bevindingen.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van ernstige psychiatrische stoornissen en dat de arbeid fysiek niet zwaar was, waardoor appellante per 29 oktober 2018 geschikt was voor haar functie. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering is terecht beëindigd omdat appellante per 29 oktober 2018 geschikt was voor haar werk als algemeen medewerker.