ECLI:NL:CRVB:2022:828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herziening WAO-uitkering op grond van Amber-bepaling wegens ontbreken toename beperkingen
Appellante ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens psychische klachten, die in 2012 werd beëindigd wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Zij verzocht in 2017 om herziening van dit besluit, stellende dat haar beperkingen waren toegenomen binnen vijf jaar na intrekking van de uitkering, zoals bedoeld in de Amber-bepaling van artikel 43a WAO.
De rechtbank wees het beroep af na advies van een onafhankelijke deskundige die concludeerde dat er geen toename was van de medische beperkingen. Appellante bracht in hoger beroep een tegenrapport in, maar de Centrale Raad van Beroep volgde het deskundigenrapport van de rechtbank omdat dit zorgvuldig en consistent was gemotiveerd.
De Raad oordeelde dat de subjectieve lijdensdruk weliswaar was toegenomen, maar dat dit niet leidde tot een objectieve toename van psychiatrische symptomatologie. De verwijzing naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed hieraan niets af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd wegens ontbreken van toename van medische beperkingen binnen vijf jaar na intrekking WAO-uitkering.