ECLI:NL:CRVB:2022:81
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante was sinds 2009 arbeidsongeschikt en ontving vanaf 2011 een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2019 stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de WGA-loonaanvullingsuitkering. Appellante stelde zich op het standpunt dat haar psychische en lichamelijke klachten tot volledige arbeidsongeschiktheid moesten leiden en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep en dat de arbeidsdeskundige passend rekening had gehouden met het opleidingsniveau en de taalbeheersing van appellante. De rechtbank zag geen reden om af te wijken van deze beoordeling en wees het beroep af.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat er geen nieuwe medische informatie was die tot een andere beoordeling zou leiden. Er was geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige en de arbeidsdeskundige had de functies passend geselecteerd.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering en wijst het hoger beroep af.