ECLI:NL:CRVB:2022:800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verrekening dienstreisdeclaraties en verblijfskosten bij Belastingdienst
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, voerde in hoger beroep aan dat hij op grond van een afwijkende afspraak uit 2014 zijn reizen als hoofd nevenfunctie mocht declareren als dienstreis met hoge kilometervergoeding en verblijfskosten. Deze afspraak zou gelden tot de wijziging van de openingstijden van het organisatieonderdeel van 07.00-18.00 uur naar 08.00-17.00 uur, vastgesteld in mei 2018.
De staatssecretaris had de declaraties over de periode van 7 februari 2017 tot en met 14 juni 2017 verrekend met het salaris van juli 2017, stellende dat deze declaraties onverschuldigd waren. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant aannemelijk heeft gemaakt dat de afwijkende afspraak nog gold in de periode van de declaraties en dat de verrekening daarom onterecht was.
De Raad herstelt tevens de procespartij en wijst het verzoek om toekenning van een dwangsom af wegens onredelijk late ingebrekestelling. De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het de verrekening betreft, bepaalt dat nabetaling moet plaatsvinden en herroept de salarisspecificatie van juli 2017 in zoverre. De rest van de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor de verrekening van declaraties en nabetaling wordt bevolen.