ECLI:NL:CRVB:2022:798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening inschaling politie op grond van duuraansprakenjurisprudentie
Appellant was vanaf 5 december 2016 tijdelijk aangesteld als aspirant niveau 2 bij de politie, met een aanstelling die liep tot 29 januari 2018. Daarna volgden tijdelijke en vaste aanstellingen, waartegen appellant geen bezwaar maakte, behalve tegen de inschaling bij de vaste aanstelling van 3 juli 2018. Hij verzocht ook om herziening van de inschaling met terugwerkende kracht voor de opleidingstijd.
De korpschef wees het bezwaar en het verzoek om herziening af, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die terugkomen op het besluit van 5 december 2016 rechtvaardigden. Appellant stelde dat de korpschef onterecht de duuraansprakenjurisprudentie toepaste en dat hij niet mocht terugkomen op die toepassing in bezwaar.
De Raad oordeelde dat de duuraansprakenjurisprudentie alleen geldt voor perioden vanaf de datum van het verzoek om herziening en niet voor perioden die volledig vóór dat verzoek liggen. Omdat het verzoek van appellant dateerde van 9 augustus 2018 en het besluit van 5 december 2016 gold tot 29 januari 2018, kon de jurisprudentie niet worden toegepast. Bovendien is het bestuursorgaan bevoegd om in bezwaar een gewijzigde motivering te geven en het besluit te handhaven.
Daarom slaagde het hoger beroep niet en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.