ECLI:NL:CRVB:2022:772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling met voldoende medische grondslag
Appellant, laatstelijk werkzaam als controleur, ontving een Ziektewetuitkering die het UWV beëindigde na een eerstejaarsbeoordeling, omdat hij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische grondslag onvoldoende was gemotiveerd en dat zijn PTSS-klachten niet juist waren meegenomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aanvullende toelichting van de verzekeringsarts in bezwaar een nadere motivering betrof en dat er geen medische aanwijzingen waren om de beperkingen te herzien. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt bevonden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De Ziektewetuitkering is daarmee terecht beëindigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.