ECLI:NL:CRVB:2022:701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing ziekengeld wegens ongeschiktheid door zwangerschap en bevalling
Appellante was werkzaam als mobile merchandiser en meldde zich ziek vanwege bekken- en psychische klachten die verband houden met haar zwangerschap en bevalling. Het UWV kende haar aanvankelijk ziekengeld toe, maar stelde bij een beoordeling in november 2018 dat haar ongeschiktheid niet meer door zwangerschap of bevalling werd veroorzaakt. Dit besluit werd door de rechtbank bevestigd, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het UWV bij de beoordeling de Richtlijn ‘Zwangerschap en bevalling als oorzaak van ongeschiktheid voor haar arbeid’ hanteert, waarbij sinds januari 2020 de vraag is of de ongeschiktheid uitsluitend door andere factoren dan zwangerschap of bevalling wordt veroorzaakt. Uit het medisch dossier blijkt dat de psychische klachten deels voortkomen uit het overlijden van haar moeder, maar dat de zwangerschap een bijdragende factor is geweest. Hierdoor staat niet vast dat de ongeschiktheid uitsluitend door andere factoren wordt veroorzaakt.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, herroept het besluit van 19 november 2018 en bepaalt dat het ziekengeld ongewijzigd wordt voortgezet. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het ziekengeld wordt ongewijzigd voortgezet.