ECLI:NL:CRVB:2022:676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens onvoldoende verzekerde jaren door tijdelijke ziekteonderbreking
Appellant, geboren in 1953, was werkzaam in Nederland van september 1991 tot januari 1995. In 1995 was hij tijdelijk ziek en vertrok naar Marokko. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem een ouderdomspensioen toe met een korting van 92%, omdat hij slechts vier jaar als verzekerd werd beschouwd voor de AOW.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het pensioenbedrag onvoldoende was om van te leven. Hij stelde dat zijn ziekteperiode in 1995 langer was, wat zou leiden tot meer verzekerde jaren. De Svb en de Raad concludeerden echter dat er onvoldoende gegevens zijn om een langere ziekteonderbreking aan te nemen die meer verzekerde jaren oplevert.
De Raad overwoog dat zelfs bij aanname van de laatste gedingstukken uit 1995, waaronder een brief van een fysiotherapeut, dit niet leidt tot meer verzekerde jaren. De korting van 92% op het pensioen blijft daarmee terecht. Het feit dat appellant niet van het bedrag kan rondkomen, doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting van 92% op het AOW-pensioen bevestigd.