ECLI:NL:CRVB:2022:644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks zwangerschapsgerelateerde klachten
Appellante was werkzaam als callcentermedewerker en meldde zich ziek met functiestoornissen in energie en concentratie. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze later omdat zij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen in andere functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische beoordeling door het UWV juist was en rekening hield met haar zwangerschapsgerelateerde klachten. De subjectieve beleving van appellante werd onvoldoende geacht om tot een andere conclusie te komen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij meer beperkt was dan aangenomen, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank. De medische en arbeidskundige rapporten waren overtuigend en er was geen aanleiding om de Functionele Mogelijkhedenlijst aan te passen.
De Raad concludeerde dat de Ziektewetuitkering terecht was beëindigd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar loon kan verdienen.