ECLI:NL:CRVB:2022:634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar heeft het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad heeft appellante meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling en de gevolgen van niet-betaling, waaronder het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep.
Appellante voerde aan dat het griffierecht haar toegang tot de rechter belemmert en dat dit strijd oplevert met artikel 6 EVRM Pro. Zij heeft echter geen aannemelijke feiten of omstandigheden aangevoerd die wijzen op betalingsonmacht, ondanks dat zij bewust heeft gekozen geen beroep op betalingsonmacht te doen.
De Raad overweegt dat de regeling omtrent griffierechten in het bestuursrecht in principe de toegang tot de rechter niet belemmert, tenzij sprake is van onvoldoende financiële draagkracht. Voor vrijstelling moet een rechtzoekende aannemelijk maken dat het netto-inkomen onder 90% van de bijstandsnorm ligt en dat geen vermogen beschikbaar is.
Omdat appellante niet heeft voldaan aan deze criteria en het griffierecht niet tijdig heeft betaald, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 10 maart 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder aannemelijke betalingsonmacht.