ECLI:NL:CRVB:2022:628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in bezwaar WIA-procedure
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Het UWV heeft op 9 juni 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, die op 25 augustus 2021 nogmaals werd gewijzigd, waarbij volledig aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen.
Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep op 6 september 2021 ingetrokken en verzocht om vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten. Het UWV heeft geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener kan worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De rechtbank had reeds proceskosten toegewezen in eerste aanleg, zodat de Raad alleen de kosten in hoger beroep beoordeelt.
De proceskosten worden begroot op € 1.138,50 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, bestaande uit punten voor het indienen van het hogerberoepschrift en een schriftelijke reactie. Verzoek tot vergoeding van eigen bijdragen wordt afgewezen omdat het Besluit deze niet voorziet. Vergoeding van griffierecht dient appellant rechtstreeks bij het UWV te vorderen.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.138,50 aan proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.138,50 aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.